Piet Teunisse, getogen Gerwenaar

Petrus Johannes Arnoldus Teunisse werd op 16 april 1926 geboren in Eindhoven op de Karpendonkse Hoeve. Hij was de oudste in een gezin van acht kinderen; zes jongens en twee meisjes. De oude boerderij bestaat nog en is nu een restaurant. “Toen ik vier jaar was, werd de boerderij verkocht aan de Technische Universiteit. Er moesten wegen aangelegd worden en daarvoor was zand nodig, zo is de afgraving de Karpendonkse Plas ontstaan”, vertelt Piet.

“We vertrokken met paard en wagen naar Gerwen. Alle spullen werden op de kar geladen, een van de kleinsten zat in de waskuip. Onderweg werd bij elk café gestopt. We verhuisden naar een boerderij op ’t Spekt (nu het Laar), daar groeiden we op. Twee keer per dag gingen we te voet naar school en naar huis om ’s middags vlug een boterham te eten en een grote afwas te doen. We moesten meehelpen op de boerderij waar we van alles wat hadden: vee en landbouw. In onze vrije tijd speelden we ‘stenkeduppen’, centen keren. En we gingen zwemmen in de onderbroeken van de meid. Onze vader zwom voorop in de sloot en wij spartelden erachter aan. Dat was onze zwemles. M’n broer Jan wou duiken en stak zijn voeten omhoog, maar hij bleef steken in de bodem en kon er bijna niet meer uit. Hij kwam boven met zijn kop vol modder en was haast gestikt. Als er gehooid moest worden, hielp de hele buurt mee. Er was gemeenschapszin. ’s Zondags gingen we naar de allereerste mis, daarna was het gewoon weer werken en koeien melken. Omdat we elke week moesten biechten, wist ik op een gegeven moment niet meer wat ik moest zeggen. Dan vertelde ik een verhaal wat niet waar was en kon ik de volgende keer zeggen dat ik gelogen had. Zo had ik weer iets te biechten”, lacht Piet.

Opleiding

“Op school hadden we alle leeftijden in de klas”, herinnert Piet zich. “We hadden les van meester Van de Ven en meester Prinsen. ‘Zeg eens wat ik gezegd heb’, zei meester Prinsen en als je dat niet meer wist, moest je je vingers naar voren steken en kreeg je een tik met de liniaal. Na de basisschool volgde ik een tuinbouwopleiding en werkte ik in ons eigen boerenbedrijf. Als oudste was ik voorbestemd om het familiebedrijf over te nemen. Maar ik kreeg een oproep voor militaire dienst en werd goedgekeurd. Na mijn opleiding tot militair ging ik met vele jongens op de boot naar Indonesië, een reis van zes weken. Ik ben drie jaar weggeweest, van 1947 tot 1950.” In 1947 verscheen het nieuwsblad ‘Van Linde tot Palm’, een uitgave van de rooms katholieke bond voor het gezin, afdeling Nuenen, waarin ‘onze jongens’ in Nederlands Indië op de hoogte werden gehouden van het wel en wee thuis en waarin de soldaten correspondeerden over hun ervaringen.
In de Tweede Wereldoorlog kreeg Piet vrijstelling voor de ‘Arbeidseinsaztz’ van de Duitsers, omdat hij als oudste zoon op het familiebedrijf in de voedselvoorziening werkte. Twee dagen na de Japanse capitulatie, op 17 augustus 1945 verklaarde Soekarno de kolonie Nederlands-Indië onafhankelijk. Nederlandse militairen, waaronder Piet en zijn Gerwense vrienden Toon de Win, Frans Royakkers en Adrianus van Stiphout, werden naar de recent uitgeroepen Republiek Indonesië gestuurd om het oude gezag te herstellen. Er volgde een oorlog met veel geweld, maar Indonesië bleef onafhankelijk. Uiteindelijk erkende Nederland in 1949 deze onafhankelijkheid. Frans overleed in 1947 aan tyfus en Toon sneuvelde in 1949.

Terugkeer

“We kregen de vraag of we Indonesiër wilden worden of in Australië een nieuw leven op wilden bouwen”, vervolgt Piet. “We wilden naar huis!” Piet had hier al een meisje (zij werd later zijn vrouw) en kwam op 21-jarige leeftijd terug naar de boerderij. Het was groot feest, de zangclub van Gerwen zong voor hem.
Er werd niet over de oorlog gepraat. Iedereen wilde vooruit. Piet ging aan het werk bij Campina in Eindhoven en had het daar naar zijn zin; hij hielp de venters op weg met de melkproducten. Daarnaast begon hij op 37-jarige leeftijd een benzinestation aan de Berg 64 in Nuenen. De zogenaamde witte pompen met goedkopere benzine waren in opkomst. Piet had een goed gesprek met burgemeester Smits van Oyen en deed een aanvraag om een station te beginnen. Er waren geen bezwaren, de vergunning werd in 1963 afgegeven. Piet en zijn vrouw woonden al in het nabijgelegen huis en kregen daar vanaf 1955 vijf kinderen, vier dochters en een zoon.
De verkoop van vrije benzine viel tegen. In 1967 schakelde Piet over op merkbenzine, maar de vrije prijzen bleven. Naast het bedienen van de pomp, samen met zijn vrouw, werkte Piet in de nachtdienst bij Campina. In 1969 verhuisde het gezin naar de Boordseweg, toen de jongste negen jaar was. Opvallend is de grote conifeer voor het huis aan de Boordseweg, vanwege zijn snoeivorm en de bijzondere versiering bij gelegenheden en op feestdagen.

Erkenning

Piet kreeg een tropische ziekte, een ameube, die zijn rug aantastte. Beetje bij beetje begon Piet te vertellen over de oorlog, er kwamen steeds meer verhalen los. Helaas kreeg Piet nachtmerries en werd een posttraumatische stressstoornis geconstateerd. “Je wordt het niet kwijt”, vertelt Piet. “We hadden zoveel angst in het oerwoud. We schoten op ieder vuurvliegje, omdat we niet wisten of het Japanners waren of andere vijanden.” Voor Piet’s kinderen waren zijn verhalen een openbaring. Met het naar buiten komen van de verhalen, kwam er voor de oorlogsslachtof- fers steeds meer erkenning. Erover praten met lotgenoten, onder andere tijdens speciale dagen georganiseerd voor Nederlands Indiëgangers, heeft Piet goed gedaan.

Veteranendag

Als het vuur uit Bayeux werd gebracht, deed Piet namens de Indië-gangers een verhaal tijdens de Nederlandse Veteranendag waarop iedereen wordt bedankt, die is ingezet in dienst van de vrede. Sinds 2005 wordt de Witte Anjer verstrekt als symbool voor erkenning en waardering voor de Nederlandse veteranen.

Met de tijd mee

Piet heeft een nieuwe mobiele telefoon en is lid geworden van de Facebookgroep Nuenen zoals het was. En hij heeft een leuke vriendin. “We kennen elkaar van vroeger en ontmoetten elkaar bij het bloedprikken”, lacht Piet. “Ze was een vriendin van mijn vrouw.” Piet zet zijn veteranenpet op voor het maken van een portretfoto. “De V van vrijheid en vrede”, besluit hij.

Foto’s: Theo van Vijfeijken

Foto van Piet’s voordracht tijdens de bevrijdingsweek in 2015: schoonzoon John Aben