1912 Oprichting Stoomtimmerfabriek NOOR

Omstreeks 1880 komen in Nederland de gemechaniseerde timmerfabrieken op. Ook in Nuenen ontstaat zo’n fabriek. In 1878 trouwt de timmerman, Tinus Raessens, met Koosje van Hombergh. Achter het huis waar de echtelieden gaan wonen, huidig adres Berg 35, stamhuis van de moeder van Koosje, begint Tinus een zogenaamde timmerwinkel. Daarmee treedt hij in het voetspoor van zijn vader, Lambert Raessens. Tinus overlijdt vier jaar na zijn vader in 1904. Drie jaar later richt Koosje samen met haar oudste zoon, Bertus, een machinale zagerij en schaverij op. Uit dit bedrijf is de op 1 augustus 1912 door Bertus Raessens en zijn drie broers, Jozéf, Johan en Frits opgerichte firma: Stoomtimmer- fabriek ‘NOOR’ Fa. Wed. M. Raessens & Zonen voortgekomen.

De schoorsteen van de fabriek was lange tijd een blikvanger in Nuenen. Een ander typisch kenmerk was de stoomfluit die viermaal daags zijn schelle geluid over het dorp uitblies om de aanvangs- en eindtijden van het werk aan te geven. Het snel groeiende Philipsbedrijf in Eindhoven stoot ook Raessens op in de vaart der volkeren. Zo maakte het bedrijf onder andere kozijnen en deuren voor de huizen in Philipsdorp. De naam ‘NOOR’ verwijst naar Noorwegen, want uit de Scandinavische landen met name uit Noorwegen werd veel hout betrokken. De boomstammen kwamen op het station op Eeneind aan en werden vandaar per paard en wagen vervoerd naar de fabriek.

Het bedrijf is zich in de loop der jaren steeds meer gaan toeleggen op de productie van deuren. Vandaar dat in 1930 tot naamswijziging werd overgegaan. Het woord Stoomtimmerfabriek werd vervangen door Deurenfabriek. Toen echter was besloten naast de productie van deuren ook sigarenkisten te vervaardigen, werd in 1938 de naam gewijzigd in Raessens Houtindustrie Fa. Wed. M. Raessens & Zonen, waarmee ook de naam ‘NOOR’ kwam te vervallen.